Berichtencategorie:

Archief

Webmaster

Leren roeien

Exameneisen
VERSIE 2006

Overzicht van de verschillende afroeiniveaus met bijbehorende aanvangseisen waaraan voldaan moet worden om te kunnen deelnemen aan de vaardigheidsproeven:

  • A1: in bezit zijn van T1.
  • A2: in bezit zijn van T2 en A1. Bij deze proef dient ook de proef S1 afgelegd te zijn.
  • A3: in bezit zijn van T3 en A2. Bij deze proef dient ook de proef S2 afgelegd te zijn.
  • B1: in bezit zijn van T1.
  • B2: in bezit zijn van T2 en B1. Bij deze proef dient ook de proef S1 afgelegd te zijn.
  • B3: in bezit zijn van T3 en B2. Bij deze proef dient ook de proef S2 afgelegd te zijn.
  • S1: in bezit zijn van T1.
  • S2: in bezit zijn van T2 en S1.
  • S3: in bezit zijn van T3 en S2.
  • W: in bezit zijn van T3 en S2 of S3.
  • T: geen verdere eisen aan deze proef.

n.b. indien men in bezit is van A3 kan B1 overgeslagen worden

Als men eerder bij andere verenigingen heeft geroeid kan in overleg met de examen-commissie een aantal afroeiproeven overgeslagen worden.

Overzicht van de verschillende afroeiniveaus met bijbehorende Bevoegdheden:

  • A1: zelfstandig roeien in alle gestuurde scull werries en scull C-boten met een bevoegde stuur.
  • A2: zelfstandig roeien in alle ongestuurde scull C-boten en daarvoor aangewezen gestuurd glad scull materiaal met een bevoegde stuur.
  • A3: zelfstandig roeien in alle ongestuurde gladde scull boten.
  • B1: zelfstandig roeien in alle gestuurde boord werries en boord C-boten met een bevoegde stuur.
  • B2: zelfstandig roeien in alle ongestuurde boord C-boten en gestuurd glad boord materiaal met een bevoegde stuur.
  • B3: zelfstandig roeien in alle ongestuurde gladde boord boten.
  • S1: sturen van alle werries en C-materiaal.
  • S2: sturen van alle gladde boten met uitzondering van een acht.
  • S3: sturen van een acht.
  • W: sturen van glad materiaal op wedstrijden. Voor het sturen van een acht op wedstrijden dient men ook in bezit te zijn van S3. .
  • T: er zijn geen bevoegdheden verbonden aan deze proef.

Als men eerder bij andere verenigingen heeft geroeid kan in overleg met de examen-commissie een aantal afroeiproeven overgeslagen worden.

VAARDIGHEIDSEISEN NIVEAU A1

Bevoegdheden:

  • Zelfstandig roeien in alle gestuurde werries en C-boten (met een bevoegde stuur).

Boottype afroeien:

  • W1*, W2*, W4*.
  • C1*,C2*, C4*.

Roeitechniek:

  • Beheersen van een goede basis roeibeweging. Hierbij wordt vooral gelet op blessure gevoelig fouten in de techniek, zoals aanhalen met kromme polsen en de houding van de rug.
  • Strijken.
  • Ronden.
  • Halend aanleggen (op commando stuurman).
  • Op een juiste wijze in- en uitstappen.
  • Slippen aan beide kanten.
  • Slippen en vallen.
  • Slippend en bomend uitzetten van het vlot.
  • Noodstop maken.

Roeicommando’s:

  • Beheersen van alle noodzakelijke commando’s voor roeien, strijken, ronden, wegvaren, aanleggen, in- en uitstappen, slippen en slippend en bomend uitzetten van het vlot.
  • Automatisme stuurboord/bakboord.

Botengebruik:

  • Kennis hebben en op juiste wijze gebruik maken van het afschrijfboek.
  • Beheersen van de juiste techniek voor het in- en uitbrengen en tevens te water laten en uit het water tillen van het bij de betreffende roeibevoegdheid behorende boottype (op commando stuurman).

Materiaal behandeling:

  • Kennis hebben en op juiste wijze gebruik maken van het schadeboek.
  • Tonen van inzicht in juiste materiaal behandeling voor een duurzaam gebruik van boten en riemen.

VAARDIGHEIDSEISEN NIVEAU A2

Bevoegdheden:

  • Zelfstandig roeien in alle ongestuurde scull C-boten en gestuurd glad scull materiaal.

Boottype afroeien:

  • C1.

Roeitechniek:

  • Zie eisen A1.
  • Redelijk watervrij roeien.
  • Redelijke balans.
  • Halend en strijkend aanleggen.
  • Redelijke bootbeheersing.

Roeicommando’s:

  • Zie A1.

Botengebruik:

  • Zie A1.

Materiaal behandeling:

  • Zie A1. Tevens.
  • Het transportgereed maken van een boot, waaronder af- en opriggeren.

VAARDIGHEIDSEISEN NIVEAU A3

Bevoegdheden:

  • Zelfstandig roeien in alle ongestuurd glad scull materiaal.

Boottype afroeien:

  • skiff.

Roeitechniek:

  • Zie A1 en A2. .
  • Goede bootbeheersing.
  • Goede balans.
  • Na omslaan terug in de boot klimmen, al dan niet gebruik makend van de oever. Deze proef dient afgelegd te worden tijdens een speciale “Omslaan/Inklim sessie” welke elke zomer enkele keren op de vereniging wordt geboden..

Roeicommando’s:

  • Zie A1 en A2.

Botengebruik:

  • Zie A1en A2.

Materiaal behandeling:

  • Zie A1 en A2. .
  • Bekend zijn met afstellingen van boten en riemen.

VAARDIGHEIDSEISEN NIVEAU B1

Bevoegdheden:

  • Zelfstandig roeien in alle gestuurde boord werries en boord C-boten (met een bevoegde stuur).

Boottype afroeien:

  • W2+,W4+.
  • C2+,C4+.

Roeitechniek:

  • Beheersen van een goede basis-roeibeweging. Hierbij wordt vooral gelet op blessure gevoelige fouten in de techniek, zoals aanhalen met kromme polsen en de houding van de rug.
  • Strijken.
  • Ronden.
  • Strijkend aanleggen .
  • Op een juiste wijze in- en uitstappen in de boot.
  • Slippen aan beide kanten.
  • Slippen en vallen.
  • Bomend uitzetten van het vlot.
  • Noodstop maken.

Roeicommando’s:

  • Beheersen van alle noodzakelijke commando’s voor roeien, strijken, ronden, wegvaren, aanleggen, in- en uitstappen, slippen en slippend uitzetten van het vlot.
  • Automatisme stuurboord/bakboord.

Botengebruik:

  • Kennis hebben en op juiste wijze gebruik maken van het afschrijfboek.
  • Beheersen van de juiste techniek voor het in- en uitbrengen en tevens te water laten en uit het water tillen van het bij de betreffende roeibevoegdheid behorende boottype (op commando stuurman).

Materiaal behandeling:

  • Kennis hebben en op juiste wijze gebruik maken van het schadeboek.
  • Tonen van inzicht in juiste materiaal behandeling voor een duurzaam gebruik van boten en riemen.

VAARDIGHEIDSEISEN NIVEAU B2

Bevoegdheden:

  • Zelfstandig roeien in alle ongestuurde boord C-boten en gestuurd glad boord materiaal.

Boottype afroeien:

  • C2-.

Roeitechniek:

  • Zie eisen B1. Tevens.
  • Redelijk watervrij roeien.
  • Redelijke balans.
  • Redelijke bootbeheersing.
  • Kunnen ronden.
  • Halend en strijkend aanleggen.

Roeicommando’s:

  • Zie B1..

Botengebruik:

  • Zie B1.

Materiaal behandeling:

  • Zie B1. Tevens.
  • Het transportgereed maken van een boot, waaronder af- en opriggeren.

VAARDIGHEIDSEISEN NIVEAU B3

Bevoegdheden:

  • Zelfstandig roeien in alle ongestuurd glad boord materiaal.

Boottype afroeien:

  • 2-.

Roeitechniek:

  • Zie eisen B1 en B2. Tevens.
  • Goede balans.
  • Goede bootbeheersing.

Roeicommando’s:

  • Zie B1 en B2.

Botengebruik:

  • Zie B1 en B2. .

Materiaal behandeling:

  • Zie B1 en B2. Tevens.
  • Bekend zijn met afstellingen van boten en oars.

VAARDIGHEIDSEISEN NIVEAU S1

Bevoegdheden:

  • Zelfstandig sturen in werries en C-materiaal.

Boottype afroeien:

  • C4x+,C4+.

Stuurtechniek:

  • Beheersen van een goede stuurtechniek in het bij de betreffende bevoegdheid behorend boottype tijdens roeien, strijken en rondmaken.
  • De bemanning correct laten in- en uitstappen.
  • Correct wegvaren.
  • Halend aanleggen.
  • Automatisme stuurboord / bakboord gevoel.
  • Ophalen van een drijvend voorwerp in het water.
  • Passeren van een slippoort (vernauwing tussen twee boeien).
  • Maken van een noodstop.
  • Kennis van de elementaire regels voor de scheepvaart.

Stuurcommando’s:

  • Beheersen en op juiste moment geven van alle noodzakelijke commando’s voor roeien, strijken, ronden, wegvaren, aanleggen, in- en uitstappen, slippen, vallen en slippend en bomend uitzetten van het vlot en het maken van een noodstop.
  • Leiding geven aan en het geven van de juiste commando’s bij te water laten, uit het water tillen en opbergen van het materiaal.
  • Verantwoording dragen voor roeimateriaal en bemanning.

Botengebruik:

  • Kennis hebben en op juiste wijze gebruik maken van het afschrijfboek.
  • Beheersen van de juiste techniek voor het in en uitbrengen en tevens te water laten en uit het water tillen van het bij de betreffende roeibevoegdheid behorende boottype.

Materiaal behandeling:

  • Kennis hebben en op juiste wijze gebruik maken van het schadeboek.
  • Tonen van inzicht in juiste materiaal behandeling voor een duurzaam gebruik van boten en riemen.

VAARDIGHEIDSEISEN NIVEAU S2

Bevoegdheden:

  • Zelfstandig sturen van glad boord materiaal met uitzondering van 8x???+ en 8+.

Boottype afroeien:

  • 4x+,4+.

Stuurtechniek:

  • Zie eisen S1. Tevens..
  • De bemanning de voetenborden zodanig laten afstellen, dat een redelijk gelijk haalbeeld mogelijk is.
  • Bij ongelijkheid of onbalans in de boot , dit redelijk kunnen corrigeren.
  • Op de juiste wijze, tijdens de haal kunnen tellen.

Stuurcommando’s:

  • Zie eisen S1.

Botengebruik:

  • Zie eisen S1.

Materiaal behandeling:

  • Zie eisen S1. Tevens kennis hebben en op juiste wijze gebruik maken van het schadeboek.
  • Transportgereedmaken van een boot, inclusief op- en afriggeren.
  • Bekend zijn met afstellingen van boten en riemen.

VAARDIGHEIDSEISEN NIVEAU S3

Bevoegdheden:

  • Zelfstandig sturen van 8x???+ en 8+.

Boottype afroeien:

  • 8x+,8+.

Stuurtechniek:

  • Beheersen van een goede stuurtechniek in het bij de betreffende bevoegdheid behorend boottype tijdens roeien, strijken en rondmaken.
  • Correct wegvaren .
  • Strijkend en halend aanleggen.
  • De bemanning correct laten in en uitstappen.
  • Automatisme stuurboord / bakboord gevoel.
  • Ophalen van een drijvend voorwerp in het water.
  • Passeren van een slippoort (vernauwing tussen twee boeien).
  • Slalommen tussen een rij boeien.
  • Noodstop maken.
  • Beheersen van goede kennis van scheepvaartregels.

Stuurcommando’s:

  • Beheersen en op het juiste moment geven van alle noodzakelijke commando’s voor roeien, strijken, ronden, wegvaren, aanleggen, in- en uitstappen, slippen, vallen en slippend uitzetten van het vlot en het maken van een noodstop.
  • Leiding geven aan en het voeren van de juiste commando’s bij te water laten, uit het water tillen en opbergen van het materiaal.
  • Verantwoording dragen voor roeimateriaal en bemanning.

Botengebruik:

  • Kennis hebben en op juiste wijze gebruik maken van het afschrijfboek.
  • Beheersen van de juiste techniek voor het in- en uitbrengen en tevens te water laten en uit het water tillen van het bij de betreffende roeibevoegdheid behorende boottype.

Materiaal behandeling:

  • Kennis hebben en op juiste wijze gebruik maken van het schadeboek.
  • Tonen van inzicht in juiste materiaal behandeling voor een duurzaam gebruik van boten en riemen.
  • Transportgereedmaken van een boot, inclusief op- en afriggeren.

VAARDIGHEIDSEISEN NIVEAU W

Bevoegdheden:

  • Het sturen van wedstrijden.

Boottype afroeien:

  • 8x+,4x+,2x+,8+,4+,2+.

Stuurtechniek:

  • Beheersen van een goede stuurtechniek in het bij de betreffende bevoegdheid behorend boottype tijdens roeien, strijken en rondmaken.
  • Correct wegvaren .
  • Strijkend en halend aanleggen.
  • De bemanning correct laten in- en uitstappen.
  • Automatisme stuurboord / bakboord gevoel.
  • Ophalen van een drijvend voorwerp in het water.
  • Passeren van een slippoort (vernauwing tussen twee boeien).
  • Slalommen tussen een rij boeien.
  • Noodstop maken.
  • Beheersen van een goede kennis van scheepvaartregels.
  • Wedstrijdstart maken.
  • Weten waar men wedstrijdreglementen kan vinden.
  • Kennis hebben van de algemene wedstrijdreglementen.

Stuurcommando’s:

  • Beheersen en op juiste moment geven van alle noodzakelijke commando’s voor roeien, strijken, ronden, wegvaren, aanleggen, in- en uitstappen, slippen, vallen en slippend uitzetten van het vlot en het maken van een noodstop.
  • Leiding geven aan en het voeren van de juiste commando’s bij te water laten, uit het water tillen en opbergen van het materiaal.
  • Verantwoording dragen voor roeimateriaal en bemanning.

Botengebruik:

  • Kennis hebben en op juiste wijze gebruik maken van het afschrijfboek.
  • Beheersen van de juiste techniek voor het in en uitbrengen en tevens te water laten en uit het water tillen van het bij de betreffende roeibevoegdheid behorende boottype.

Materiaal behandeling:

  • Transportgereedmaken van een boot, inclusief op- en afriggeren.

KENNISEISEN NIVEAU T

Bevoegdheden:

  • Er zijn geen bevoegdheden verbonden aan dit examen.

Beoordeling:

  • T1 en T2 7 van de 10 vragen goed beantwoord hebben.
  • T3 8 van de 10 vragen goed beantwoord hebben.

Exameneisen:

  • Kennis van het vaarreglement voor zover van toepassing op het roeien.
  • Het kennen van alle roeicommando’s.
  • Het kunnen benoemen van de voornaamste boottypen en bootonderdelen.
  • Weten hoe met het materiaal om te gaan:
    + tijdens in/uitbrengen van de boot
    + met alle losse onderdelen (riemen, roer, bankjes)
    + na het roeien (evt. afspuiten, lappen van boot, riemen en roer).
  • Bekend zijn met de handelwijze na het omslaan.
  • Weten hoe een boot af te schrijven.
  • Weten hoe schade of gebreken te melden.
  • Op de hoogte zijn van de verenigingsregels.