Een kijkje in de geschiedenis met Paul Gmelich |
“Het idee van een roeivereniging in Roosendaal bleef maar in mijn hoofd zitten”Door Lisette Konings Roeien in Roosendaal is nog steeds een fenomeen waar veel mensen geen weet van hebben. “Heb je dan roeiwater in Roosendaal?”, is een veelgehoorde vraag als je vertelt dat je roeit. Bij Paul Gmelich stak het roeivirus in 1987 de kop op en hij kwam er achter dat er nog meer enthousiastelingen waren. “In Amsterdam heb ik leren roeien en later, bij de roeivereniging Amstel, roeide ik ook wedstrijden”, vertelt Paul Gmelich. “Toen ik naar Roosendaal verhuisde, informeerde ik bij de gemeente of er de mogelijkheid was om te roeien. Genoeg water, werd er toen gezegd en daar kon ik het mee doen. Bovendien eiste de volleybalsport toen al mijn aandacht op.” Maar bijna twintig jaar later kwam het roeivirus weer boven water. In oktober 1987 plaatste Paul een oproep in het Brabants Nieuwsblad. “Ik wilde weten of er nog meer enthousiastelingen waren.” De oproep in het Brabants Nieuwsblad was een schot in het duister. “Ik wist absoluut niet of er animo voor roeien zou zijn. Roosendaal was in de twintig jaar dat ik er woonde gegroeid en er waren heel wat mensen uit de Randstad gaan wonen. Gelukkig zaten daar ook oud-roeiers tussen.” Boerenschuur
Dat bleek wel tijdens de oprichtingsvergadering van 9 februari 1988. Zo’n twintig oud-roeiers en een aankomend jeugdlid bezochten de vergadering. Het oprichtingsbestuur ging voortvarend te werk: de statuten werden binnen korte tijd notarieel vastgelegd. Bauke Smit regelde een tijdelijk onderkomen in een boerenschuur aan de Vlietweg, vlakbij het viaduct over de snelweg. “Het materiaal was ronduit slecht. Maar ja, het moest gratis of heel goedkoop zijn. We konden in ieder geval roeien en dat was het belangrijkste”, herinnert Paul zich als de dag van gisteren. Overhoek Met de gemeente verliepen de gesprekken voor een locatie vrij soepel. “We brachten een nieuwe sport in Roosendaal en we bewezen onze zelfwerkzaamheid. Dat heeft wel geholpen”, denkt Paul. “Het was alleen nog niet zo makkelijk om tot een goede vestigingsplek te komen. De gemeente wees ons in eerste instantie de oude melkfabriek aan, bij het Zwaaigat. Leuke locatie, alleen de kade is daar enorm hoog, dus je krijgt je boten niet op het water. Wij hadden de Overhoek uitgekozen, maar volgens de (hele oude) kaart van de gemeente was daar water! Uiteindelijk mochten we ons daar toch tijdelijk vestigen.” In 1989 werd de loods gebouwd. Hele families staken hun handen uit de mouwen om dit te verwezenlijken. Ook werd een vlot in het water gelegd. “Dat was nog een gedoe, zeg! We moesten vanuit Breda enorme piepschuimen blokken in een auto proppen en daarna nog doorzagen”, weet Paul nog. Het nieuwe onderkomen werd in oktober 1989 op feestelijke wijze geopend. Storm “We hebben daar staan huilen, vervolgens de mouwen opgestroopt en weer verder gegaan”, vertelt Paul enigszins trots. “Het was een geluk dat we goed verzekerd waren. En natuurlijk dat iedereen gemotiveerd was. In vrij korte tijd stond er weer een loods en kon er geroeid worden.” Deze loods stond verankerd in beton en was ’stiekem’ tien meter langer gemaakt. Ook nieuw waren de douches, toiletten, kleedkamers en bar. Tot 1990 werd namelijk omgekleed achter een scherm en moest je plassen in het omringende ‘bos’. Een jaar na de officiële opening werd de botenloods opnieuw gedoopt. Suikerrace
Head of the River De aandacht voor techniek en instructie nam toe, maar was nog niet zo gestructureerd als nu. “Dat had natuurlijk verschillende oorzaken”, legt Paul uit. “De club was veel kleiner, dus je was vaak al lang blij dat je een acht vol kreeg. Bovendien wist iedereen wat roeien was, waardoor instructie nog niet zo belangrijk werd gevonden.” Nieuwbouw
Aandacht voor het roeien en de roeiers |
||||




Ondanks alle tegenslag vindt het bestuur de Suikerrace een geslaagd evenement en besluiten het volgend jaar te herhalen. Maar dan wel een maand eerder! Vanaf die tijd wordt de Suikerrace alleen maar verder geperfectioneerd, waardoor het inmiddels is uitgegroeid tot een groot evenement.
Onder voorzitter Hermann van Hoof is een groep mensen lange tijd druk in de weer geweest met de ontwikkeling, financiering en bouw van het huidige paviljoen en loods. De tweede vijf jaar van het bestaan van de RRV staan dan ook grotendeels in het teken van nieuwbouw en uitbreiding van de RRV.